
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten
Artikel 10.6 Toetsingsinkomen
1
Onder toetsingsinkomen wordt verstaan het totaal van de volgende inkomsten:
a
het door de leerling of student gedurende de maanden mei, juni en juli voorafgaande aan de aanvang van het schooljaar of studiejaar genoten loon in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 verminderd met het vakantiegeld, de ingehouden loonbelasting, de ingehouden premies volksverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 41 van de Zorgverzekeringswet, en
b
een vierde deel van de winst uit een of meer ondernemingen, bedoeld in artikel 3.8 van de Wet inkomstenbelasting 2001, door de leerling of student genoten in het kalenderjaar voorafgaande aan het jaar waarin het schooljaar of studiejaar aanvangt.
2
Voorzover de leerling of student niet binnenlandse belastingplichtige is in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001, geldt als maatstaf het toetsingsinkomen voor het geval hij voor al zijn inkomensbestanddelen binnenlandse belastingplichtige was geweest.
3
Indien een gedeelte van het inkomen van Nederlandse inkomstenbelasting is vrijgesteld ingevolge bepalingen van internationaal recht geldt als maatstaf het toetsingsinkomen voor het geval hij geen vrijstelling had verkregen.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.